(Alle Sampol-artikels, behoudens die van de laatste 6 nummers, worden hier integraal beschikbaar gesteld. Geen overname zonder bronvermelding.)

WWWW - uw 4 werven

HALFWEG MICHEL I

Geachte vice-eersteminister en minister van Werk,
Geachte heer Peeters,

Aan het begin van een nieuw jaar is het de gewoonte om even goeie herinneringen op te halen, maar ook om goeie voornemens voorop te stellen. Wel, als ik terugblik op het sociaaleconomisch beleid van uw federale regering tijdens de afgelopen 2 jaren, dan zie ik een paar positieve punten. Zoals het akkoord rond de modernisering van de havenarbeid, eerst met de havenarbeiders zelf en vervolgens met de Europese Commissie. Tot daar het zoet. Maar het zuur overweegt.

Het sociaaleconomisch beleid van de voorbije twee jaren, waarvoor u mee verantwoordelijk bent, kleurt echter zeer onevenwichtig en leverde te weinig positieve resultaten op. Het is op maat van de werkgevers geschreven, de werknemers blijven verweesd achter. Een paar voorbeelden volstaan om aan te tonen dat dit geen loze vakbondspraat is.

Neem nu het Wetsontwerp Werkbaar en Wendbaar Werk (WWW) dat voorligt in het parlement. Gestart als een discussie over werkbaar werk om het langer werken tot 67 jaar leefbaar te maken, is het finaal een wet op meer flexibiliteit geworden, met een snuifje werkbaar werk. Die paar extra uren tijdskrediet, de regeling voor glijdende werkuren en de (uit te werken) mogelijkheid om verlof op te sparen, wegen niet op tegen het meer flexibel werken en de extra overuren waarop de werkgevers voortaan beroep kunnen doen. Langer werken voor wie al werk heeft, zal de arbeidsherverdeling nog schever maken dan ze nu al is. Dankzij ons vakbondsverzet is het ontwerp wat bijgestuurd en is de geplande flexibiliteit wat meer het voorwerp van (bedrijf)overleg.

Tweede voorbeeld: de nieuwe wet op het loonoverleg. Deze wet - waarvan het ontwerp eveneens voorligt in de Kamer - dreigt de werknemers een structurele loonmatiging op te leggen, want de tweejaarlijkse loononderhandelingen worden nog meer aan banden gelegd dan al het geval was met de oude wet. De vroegere ‘wet van 96’ voorzag al dat onze lonen sedert 1996 in de pas moesten lopen met de lonen bij onze belangrijkste handelspartners. Nu wordt er nog een schepje bovenop gedaan door de bijdrageverminderingen die werkgevers krijgen niet meer bij onze koopkrachtberekening mee te nemen en eventuele overschrijdingen tijdens de voorbije onderhandelingsronde van onze enveloppe af te trekken van de onderhandelingsmarge. Op verzoek van de werkgevers wordt ook het loonkostverschil van voor ’96 geviseerd. Als onze buurlanden-handelspartners dezelfde loonmatigingskoers volgen dan is de race naar de bodem echt wel goed ingezet. Naast alle kostenverhogingen, is dit opnieuw een streep door de rekening. Niet verwonderlijk dat het aandeel van de toegevoegde waarde in ons land dat naar de werknemers terugvloeit steeds verder afkalft.

De echt sociale resultaten blijven evenwel nog steeds uit. De armoede groeit in ons land. De werkloosheid neemt weliswaar af en de werkgelegenheid neemt toe, gelukkig maar en met dank aan het nog broze economische herstel in de westerse wereld. Maar we doen het minder goed dan de andere landen van de Eurozone. Daarentegen neemt onze werkgelegenheidsgraad amper toe. De werkgelegenheidsgroei zit vooral bij deeltijdse jobs, zoals opnieuw blijkt uit de recente RSZ-cijfers voor het derde kwartaal van 2016.

Toegegeven, minister, u heeft zich onder druk van vakbonden en het bredere middenveld wel degelijk ingezet om de rechtse ploeg waar u deel van uitmaakt af en toe op andere gedachten te brengen. In zoverre zelfs dat u tijdens het laatste begrotingsconclaaf de onderhandelingstafel heeft verlaten. Sommigen zien in u zelfs ‘het sociale gelaat’ van deze regeringsformatie. Met permissie: als we naar de resultaten kijken dan valt dat nogal tegen. De taxshift die door CD&V zogezegd werd afgedwongen, heeft niet voor een fundamenteel rechtvaardigere fiscaliteit gezorgd, maar wel voor een structureel begrotingstekort waarvoor de Sociale Zekerheid en de overheidsdiensten opnieuw een zware prijs moeten betalen. En van die meerwaardebelasting is nog niets in huis gekomen.

Daarom blijven wij aandringen op sociale bijsturingen. De werknemers hebben er recht op; de ganse samenleving zou er wel bij varen. Ik geef u voor het nieuwe jaar, en de resterende regeertermijn, 4 W’s (werven) mee.

Werf 1. Zorg er als vicepremier voor dat er nu eindelijk iets in huis komt van die belofte om de fiscaliteit wat rechtvaardiger te maken. Niemand begrijpt dat mensen als Coucke geen eurocent hoeven te betalen wanneer ze hun bedrijfsaandelen met een fenomenale meerwaarde van de hand doen. Zoals de denktank Minerva onlangs in de verf zette, vereist ook de oprukkende robotisering en digitalisering een lastenverschuiving richting vermogen(winst). Zie er ook op toe dat belastingen die beslist werden ook worden uitgevoerd en geïnd. Enkel op die manier kan worden verhinderd dat de onbetaalde rekeningen van de fameuze taxshift verder worden afgewenteld op de Sociale Zekerheid van de gewone mensen.

Werf 2. Wees als minister van Werk in de eerste plaats een minister van sociaal overleg. Laat arbeidsorganisatie en loonvorming over aan de sociale gesprekspartners. Ze zijn het best geplaatst om met kennis van zaken tot evenwichtige en gedragen oplossingen te komen. Dit is zeker het geval als het op stakingsrecht en minimale dienstverlening aankomt. In het verleden zijn ze erin geslaagd om hierrond ‘Herenakkoorden’ te sluiten. Als dat sociaal overleg vandaag wat moeilijker verloopt, dan is het precies omdat één van de betrokken partijen maar al te goed weet dat uw regering telkens hun kant kiest en het eigenlijk steeds weer 2 tegen 1 is.

Werf 3. Zorg voor volwaardige jobs, jobs, jobs, zoals deze regering zelf orakelt. In het volle besef dat de conjunctuur moet meezitten en dat de beleidshefbomen verspreid liggen over de verschillende beleidsniveaus. Mors daarom niet met schaarse middelen. Zet de reeds besliste vermindering van werkgeversbijdragen veel selectiever in. Richt ze, zoals Bea Cantillon in haar recente boek De staat van de welvaartsstaat betoogt, veel meer op activiteiten die laaggeschoolden tewerkstellen, om ook deze groep mensen alle kansen te bieden. Maak de link met bijkomende tewerkstelling veel hechter zoals het geval is met de Sociale Maribel. Stimuleer processen van arbeidsherverdeling en arbeidsduurvermindering. Dit zal zowel voor de mannelijke als vrouwelijke werkkrachten, zowel voor de ouderen als de jongeren voordelig zijn in het uitoefenen van een volwaardige leefbare job. Dit hoeft niet langer een utopie te zijn, zoals experimenten in Zweden aantonen. Zorg er mee voor dat er minder met talenten wordt gemorst door een beleid van diversiteit en evenredige arbeidsdeelname in alle bedrijven en organisaties te realiseren, samen met de regio’s en met de sociale gesprekspartners. Zorg dat er met publieke middelen geïnvesteerd wordt in de uitbouw van de overheidsdiensten.

Werf 4. Maak werk van gelijk loon voor gelijk werk. Uw collega in Europa, Marianne Thyssen, heeft al een eerste stap gezet om de detacheringsrichtlijn te verstrengen. Maar de detacheringstermijnen blijven te lang. En zolang de werkgevers niet de sociale bijdragen van het werkland moeten betalen, blijft er een te groot verschil in ‘loonkost’. Dan blijft goedkopere arbeid de jobs van onze bouwvakkers en chauffeurs wegconcurreren. In die omstandigheden is het lastig om in een sociaal Europa te geloven. Ook de loonkloof tussen mannen en vrouwen moet de wereld uit. Ze wordt kleiner, maar blijft hardnekkig. Sectoren en bedrijven moeten aan de slag om de verschillen in verloning, ook van de extralegale voordelen te lijf te gaan. Tot net zolang Equal Pay Day niet op 1 januari valt. Maar dat betekent ook dat je niet verder mag morrelen aan het geldelijk statuut van deeltijdse arbeid. Het is compleet onbegrijpelijk dat u in uw beleidsnota Werk - die de plannen bevat voor 2017 - opnieuw wil tornen aan het overloon dat verschuldigd is als deeltijdsen meer uren presteren! En gelijk loon voor gelijk werk geldt ook voor jongeren die exact hetzelfde werk doen als hun (iets) oudere collega’s. Berg daarom snel die nodeloos ingewikkelde plannen op om het brutoloon van jongeren (opnieuw) te verlagen. Raak niet aan het brutoloon, want dat blijft de maatstaf voor de sociale (pensioen)uitkeringen, maar bevorder de aanwervingskansen van jongeren via doelgroepkortingen en vormingsinitiatieven zoals het duaal leren. De regio’s en de sectorale sociale partners kunnen hierbij een handje toesteken. Denk ten slotte heel goed na vooraleer u nieuwerwetse pistes opdient zoals ‘autonome medewerker’. Zowel de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid als de Nationale Bank bevelen aan dat er op dit ogenblik geen nood is aan een nieuw statuut, naast het werknemersstatuut en zelfstandigen. In het belang van de sociale bescherming.

Heel wat Werk aan de Winkel voor u als minister van Werk. Kan u deze uitdaging aan?

Miranda Ulens
Federaal Secretaris ABVV

Samenleving en politiek, Jaargang 24, 2017, nr.01 (januari), pagina 7 tot 9
verscheen eveneens op DeWereldMorgen (26 januari 2017)

Brieven aan Michel I - federale regering - werk

Free business joomla templates
Ontwerp Amsab - Powered by Amsab helpdesk